Eind 2012 werd ik gevraagd voor een baan in de gezondheidszorg.
Als 60 plusser mocht ik een jonge manager (< 35) opvolgen in diverse teams, en deze teams waren vooral bemandĀ  door jongeĀ  vrouwen. Bij de kennismaking zag ik ze denken. En ik schatte in dat ook de (jonge) mannen er wat van vonden.

In de afgelopen periode van 2 jaar mocht ik alle teams vertellen dat het anders moest, beter, met minder middelen en minder man (sorry) vrouwkracht. Ik moest ze meenemen in een nieuwe koers.
Hoewel ik inschat dat niet iedereen er zo overdacht, maakte 1 mailtje en een kaart per postduif niet alleen mijn dag, maar ook mijn terugblik op 2 jaar leuk werk nog positiever.
Een van de medewerkers schreef mij:
"Ik mis je hier. Ook moet ik zeggen dat ik erg moet wennen aan de huidige manier van leiding geven en heb het gevoel weer opnieuw te moeten beginnen. Dat valt wat tegen na alle vrijheid en het vertrouwen welke ik de afgelopen 2 jaar van jou heb gekregen."

Een andere medewerker bekende: "Je kwam overdonderd binnen en hebt veel stof doen opwaaien . Toen dat eenmaal gedaald was zag ik meer en meer de mens, en je hebt een overweldigende indruk achtergelaten. Ondanks ik het niet altijd liet blijken, heb ik toch heel veel van je opgestoken".

Ik heb wat gebracht , met plezier, en in de overtuiging " het goede" te doen.
Deze spontane reacties en de reacties bij vertrek bevestigen maar weer dat ik in die periode 's morgens niet voor niets opstond.

Terug naar overzicht